Beste Paulus ... ben ik de enige?
Beste Paulus ... ben ik de enige?

Beste Paulus ... ben ik de enige?

, (Vertaler)
 
0,0 (0 stem(men))

€ 10,50


Uitverkocht
Dit product is helaas niet meer leverbaar. Klik hieronder op de knop om eenmalig een mailtje te ontvangen zodra dit artikel leverbaar is.


Dit boek is op dit moment helaas niet leverbaar. Wilt u weten of dit boek nog verwacht wordt, of zoekt u een vergelijkbaar product? Kijk dan eens rond in onze webshop of neem contact met ons op.

Een (fictieve) briefwisseling tussen een aantal 21e-eeuwse vrouwen met verschillende leeftijden en achtergronden en de bekende apostel.

Veel herkenbare vraagstukken en problemen leggen deze vrouwen aan Paulus voor. Maar zijn antwoorden zijn nog intrigerender...

***

Beste Paulus,

Dank u wel dat u bereid bent om te lezen wat ik u schrijf, en dat u misschien wel wilt antwoorden. Ik ben heel dankbaar dat u me iets van uw kostbare tijd wilt geven.
Ik weet niet goed wat ik hiermee aanmoet. Eerlijk gezegd ben ik in al die vijfentwintig jaar als hoofd van een basisschool niet zo zenuwachtig geweest om iets te schrijven. Voor het eerst in mijn leven kan ik me voorstellen hoe de ouders van sommige kinderen zich gevoeld moeten hebben als ze buiten mijn kantoor stonden te wachten om te klagen over het gedrag van een ander kind, of als ze bedachten hoe ze me moesten uitleggen dat ze ontevreden waren over de manier waarop een van de leerkrachten hun lieve kleine behandeld had. Het voelt een beetje als een combinatie van de knoop in je maag als je nerveus of bang bent, en de zekerheid dat je maar één kans hebt om te zeggen wat je op je hart hebt. Ik hoop maar dat u niet van plan bent te reageren zoals ik vaak deed, namelijk dat u probeert om het zaakje zo snel mogelijk af te handelen, opdat het zo weinig mogelijk tijd en inzet kost, gewoon omdat u het zo vreselijk druk hebt.
Eerlijk gezegd heb ik, wat ik u nu ga vertellen, nog nooit tegen iemand gezegd en had ik nooit verwacht het nog eens aan u persoonlijk te vertellen, nou ja, te schrijven. Weet u, ik ben kwaad. Zo kwaad dat u het lef had om zulke boude uitspraken te doen, zonder dat u zich realiseerde hoe moeilijk het voor anderen is om net zo te zijn als u. Hoe durft u te zeggen - o, wacht eens, ik pak het helemaal verkeerd aan. Laat ik eerst iets meer over mezelf vertellen.
Mijn naam is Madge Gray. Acht jaar geleden heette ik nog Madge Potter, maar die Potter ging er vandoor, dus heet ik nu weer Gray. Iemand anders heet nu Potter. Iemand die het vast minder druk heeft, en in ieder geval minder bazig is. De moeder van een van de jongens die ik lesgaf - ik was zelfs z'n favoriete juf! Ja, ik deed mijn werk heel goed. Volgens mijn man Steven was dat ook het enige waar ik ooit goed in was. Hij zei altijd dat ik vast meer tijd voor hem gehad had als hij klein zou zijn, en wat smoezelig, zielig of ondeugend. Misschien had hij wel gelijk. Tenminste, als ik bedenk wat ze tegen me zeiden - de ouders bedoel ik.
'Ik zou nooit kunnen wat u doet. Hoe krijgt u dat toch voor elkaar?'
'Altijd zo begrijpend.'
'U was de enige voor onze Karin - voor David - voor Julie'.
Alleen dus niet voor Steven, en misschien had ik ook wel niet zoveel begrip voor Jeremy. O, dat weet u natuurlijk niet. Jeremy is mijn zoon. Hij is nu 34. Hij woont natuurlijk niet meer thuis. Dat is een ander verhaal. En 'hoe ik het voor elkaar krijg', nou, het enige wat me sinds ik drie jaar geleden met pensioen ging, nog enig gevoel geeft iets te presteren, is dat ik 's morgens mijn bed uitkom.
Tja, in het begin voelde ik alleen opluchting. Iedere morgen genoot ik van de afwezigheid van mijn oude metgezellen Afschuw en Angst, omdat ik ze niet meer nodig had. Ik dronk de pot thee leeg van onder de theemuts die ik mezelf bij mijn pensionering cadeau had gedaan. Ik vond het zelfs heerlijk dat ik eindelijk een plekje voor mezelf had - dat de toekomst voor me open lag en dat ik dit jaar de hangmanden in mijn tuin eens mooi zou verzorgen, en eindelijk het kussen zou afborduren dat ik vier jaar geleden met Kerst van Jeremy had gekregen. Misschien, zo maakte ik mezelf wijs, zou Jeremy wel langskomen, en een tijdje blijven logeren. Dan zou ik eindelijk alle dingen samen met hem kunnen doen die er altijd bij ingeschoten waren toen ik nog werkte. Nou ja, alles, ik denk niet dat hij nog zou voelen voor een bad van een half uur, met alle eendjes erin en heel veel badschuim. Maar u snapt vast wel wat ik bedoel. Een tijd lang keek ik uit naar de rest van mijn leven zoals een kind zich verheugt op het Kerstfeest.
Het was pas daarna - na die eerste paar maanden van Opluchting en Uitputting - dat ik in de gaten kreeg dat er nu een paar nieuwe metgezellen om de aandacht vroegen. Eenzaamheid en Wanhoop voorop.
'Juf, wat gaan we vandaag doen?'
'Juf, hoe gaat u iedere minuut van ieder lang uur van deze eindeloze dag vullen?'
'Ik heb een idee, juf! Laten we vanmorgen beginnen met Schuld en Angst en Hopeloosheid, dan kunnen we na de koffie bedenken hoe we ons bezoek aan de oude mevrouw Jansen kunnen uitstellen, omdat alleen al naar haar toe gaan en aanbellen te veel voor ons is. Daarna kijken we luch-tv en gaan we naar een winkel voor twee worstjes en een aardappel, waar niemand ons meer zegt dat hij niet snapt hoe we het toch voor elkaar krijgen. Niemand meer bewonderend en vol liefde naar ons lacht. Niemand meer die ons nodig heeft voor het strikken van z'n veters, het afvegen van z'n neus, om vastberaden tegen te zijn, of streng, of wat ook. En als we dan tenslotte, aan het eind van een eindeloze middag, om half vijf naar onze therapeut gaan en die ons vraagt op te schrijven waar we goed in zijn, dan kunnen we "lesgeven" schrijven en huilen.'
Het spijt me, Paulus. Ik weet best dat u dat ook niet kunt helpen. Maar als ik dan lees dat u zoiets schrijft als 'Alles wat mij winst was, heb ik om Christus' wil schade geacht', dan kook ik van woede.
U bent uw eigen weg gegaan. Ik snap best dat het heel moeilijk was om daaraan vast te houden, maar u koos het zelf. Ik heb er nooit voor gekozen om alleen te zijn. Ik heb niets opgegeven, het is me afgenomen. Het is niet zo dat ik Steven niet meer nodig had. Hij had mij niet meer nodig. Ik was afval dat werd weggegooid. U klinkt zo rechtvaardig, zo zeker en zo vreselijk zelfgenoegzaam. Hoe kunt u me ooit begrijpen?
En dan nog iets. U schrijft dat 'God alle dingen doet meewerken ten goede' Ten goede van wie? Wat is het goede als je je nutteloos voelt, en afgewezen, schuldig en alleen? Zeg het me, Paulus. Ik wil het echt weten. Nou? Kom eens op, verschuil je niet en kijk me recht in de ogen.
Och heden. Het spijt me zo. Hoe kon ik zo brutaal zijn? Ik geloof dat ik te ver ben gegaan. Ik schaam me. Eens een onderwijzeres, altijd een onderwijzeres. Dat zeggen ze tenminste. Maar dat is het probleem niet.
Wie ben ik echt?
Ik ben niet meer de vrouw van Steven. Niet meer de moeder van Jeremy. Niet meer de juf van Daniel of Karin of Julie. Geen voorzitter meer van de stafvergaderingen, of van de etentjes voor vrouwen, en ik overleg ook niet meer met de overheid. Ik heb geen kantoor meer, met een deur waar ouders voor moeten wachten tot ik tijd voor ze heb. Geen gelegenheid meer om vriendelijk maar rechtvaardig te zijn, of vastberaden en toch liefdevol. Ik ben niets meer. Alleen maar een dwaze, heel dwaze vrouw, die alles kwijt is wat ze had en dat als verlies beschouwt. Ik heb hulp nodig en ben niet geholpen met uw gemeenplaatsen.

Verward en boos de uwe,

Madge Gray


Aan Madge,

Genade en vrede van God de Vader en van de Heer Jezus Christus.
Het is geweldig om die woorden te schrijven, omdat ik ervan overtuigd ben dat Hij werkelijk van u houdt en wil dat u dat weet.
Kunt u zich voorstellen hoe vreemd het is dat iets wat ik ongeveer tweeduizend jaar geleden geschreven heb als bemoediging voor christenen in de kerk van Filippi, nu een intelligente vrouw uit de eenentwintigste eeuw in Engeland zodanig beïnvloedt, dat ze zich gedwongen voelt terug te schrijven? Nou, misschien ook wel. Vermoedelijk komt u geregeld vreemde mensen tegen die u aanspreken op iets wat u tegen hen gezegd hebt toen ze nog heel klein waren. Ik had laatst zelfs het voorrecht een van uw oud-pupillen te ontmoeten! Heel verdrietig voor zijn familie, maar hij moest uw wereld al op z'n drieëntwintigste verlaten. Ik meen iets over meningitis gelezen te hebben. Uiteraard maakt hij het nu prima. Klaarblijkelijk heeft hij zijn eerste stappen in de richting van zijn verblijf hier gezet na een klein voorval op uw school. Herinnert u zich een klein, mager jongetje met piekerig blond haar, die Barry heette? Hij zegt dat hij een vervelend en boos knulletje was in die tijd. Zijn vader bleek een verhouding met een andere vrouw te hebben, en Barry was daar achter gekomen. Natuurlijk kon hij dat aan niemand vertellen, kon zich niet meer concentreren en ging met iedereen op de vuist. Uiteindelijk heeft hij het op een regenachtige middag aan u verteld, nadat hij een klasgenootje in de leeshoek in elkaar had geslagen. Volgens Barry had u een grote doos met roze tissues - ik begrijp dat dat een soort zakdoekjes zijn - en een blik met chocoladekoekjes. Hij heeft het idee dat u zowat de hele dag naar zijn verhaal geluisterd hebt, terwijl de regen tegen het raam van het kantoortje kletterde. U legde hem uit dat het niet zijn schuld was. U hielp hem zelfs om aan zijn vader te vertellen wat hij gehoord had. U vertelde hem, dat als hij nog eens het gevoel kreeg dat hij erop los moest slaan, hij dat dan aan zijn Vader in de hemel kon vertellen - aan God, de Vader die van hem hield. Echt waar, Madge, u was het helemaal voor Barry. U was echt een goede onderwijzeres!

Er zijn echter een of twee dingen die ik tegen u wil zeggen. Het eerste is dat we allemaal tekort schieten. We proberen wel perfect te zijn, maar halen dat bij lange na niet. We schieten tekort in onze relaties, tegenover de mensen voor wie we verantwoordelijk zijn, tegenover onszelf en tegenover God. Daarom moest Jezus ook komen. Daarom stierf Hij. Madge, ik kan me uw situatie zo goed voorstellen! Ook ik liet me ooit helemaal meeslepen in wat ik beschouwde als de belangrijkste taak die ik te doen had. Ook ik werd helemaal in beslag genomen door mijn toewijding aan die taak en het resultaat was dat ik de mensen die me het naast stonden kapot maakte. In mijn geval resulteerde dat er niet in dat iemand bij me wegging, nee, het resulteerde in moord. Kunt u zich voorstellen wat het me kostte om te leven met de herinnering aan de stenigingen en de kreten van de kinderen wier ouders ik uit hun huizen sleurde om ze genadeloos en in het openbaar te laten doden?

Ja, u hebt Jeremy een beetje verwaarloosd. Ja, het klopt, hij is kwaad op u. Hij neemt het u kwalijk dat zijn vader bij u weg is gegaan. Dat zijn dingen die u, indien mogelijk, goed moet maken. Voor uw echtgenoot had u alleen de verfrommelde restjes van uw spreekwoordelijke geduld en warmte over. Hij werd beroerd van uw prikkelbaarheid en voortdurende sarcasme. Hij had ook graag eens van uw roze tissues en een aai over z'n bol genoten.
Natuurlijk heb ik mijn excuses aan mijn slachtoffers kunnen aanbieden. U kunt zich voorstellen dat vooral Stefanus daar geweldig over te spreken was. Hij zegt dat het hem nooit was opgevallen dat ik de jassen van de mensen die hem stenigden heb vastgehouden.
Ik weet dat uw Steven de Heer niet op deze manier kent, maar u zou hem een brief kunnen schrijven. Van verzoening kan geen sprake zijn, want hij is hertrouwd, maar misschien wel van genezing. Herinnert u zich dat Johannes in zijn brief schrijft dat 'de volmaakte liefde de vrees uitdrijft'? Nou, vertel dan aan Steven dat u zich verantwoordelijk weet voor het mislukken van uw huwelijk en welke les u in deze vreselijke tijd geleerd hebt. U zou zelfs uw borduurwerk eens flink onder handen kunnen nemen!
Nee, ik maak geen grapje. Toen ik Onesimus terugstuurde naar Filemon, had ik geen idee hoe mijn oude vriend zou reageren. Het was niet bepaald gebruikelijk dat weggelopen slaven na hun terugkeer verwelkomd werden als 'een lieve broeder' - en daartoe riep ik Filemon op. Maar ik wist dat het goed was dat te schrijven. Goed voor Onesimus, zodat hij de kans had om vergeving te vragen, en zo geheeld te worden en bevrijd van angst. Goed voor Filemon, zodat hij vergeving kon schenken, en de mogelijkheid had zich te bezinnen op de vraag waarom zijn slaaf wegliep. En goed voor hen beiden, zodat ze zich bewust konden worden van hun gelijke positie tegenover God, als broeders in Christus en als zondaren die vergeving ontvangen hadden.

Op dit moment hebt u alle macht verloren die u had als hoofd van een school, en door uw schuld, trots en angst dreigt u ook de macht over uzelf te verliezen. Omdat u probeert uw problemen zelf op te lossen, hebt u zich onder de wet gesteld. U bent arm geworden, omdat u niet aanvaardt dat uw gebreken van uzelf zijn, als bezittingen die u weg kunt geven. Met andere woorden, doordat u weigert om de genadige vergeving te aanvaarden die onze Heer en Heiland ons biedt, hebt u uzelf tot slaaf gemaakt van de boze. Onesimus mag dan volgens de toen geldende wetten een slaaf geweest zijn, doordat hij de genade aanvaardde werd hij in de meest letterlijke zin een vrij man, ongeacht de vraag of zijn wereldlijke meester hem aanvaardde als broeder of als slaaf.
Madge, het spijt me als u sommige dingen die ik schreef boud vindt, veeleisend en simplistisch. Meestal word ik ervan beschuldigd te gecompliceerd te zijn! Maar ik begrijp wat u bedoelt. Soms kunnen woorden een ervaring zo versimpelen, dat de harde realiteit daarachter verloren gaat. Het enige wat ik kan zeggen is dat er een paar heel belangrijke dingen met me gebeurden toen ik Damascus verliet, vast van plan om voortaan te leven als discipel van de Messias die ik eerst verworpen had. Ik had dan wel de macht verloren over het lot van anderen, maar ik realiseerde me ook dat ik de boeien was kwijtgeraakt van alles wat me ooit gevangen hield.
Het is niet gemakkelijk om onder woorden te brengen wat ik toen voelde. Toen ik naar Jeruzalem terugkeerde, was ik voor alle partijen een buitengeslotene. Het lijkt zo simpel als je het verslag van Lucas leest, maar geloof me, het was een buitengewoon gecompliceerde tijd. Ik had het Sanhedrin verraden en alles wat ik in mijn Joodse opvoeding tot dan toe had geleerd, namelijk dat het bewijs dat iemand de Messias was, geleverd zou worden door Israël te herstellen en het van het Romeinse juk te bevrijden. Ik moest me verzoenen met de mensen die ik tot dan toe bij bosjes de dood ingejaagd had. Vast net zo moeilijk als op bezoek gaan bij mevrouw Jansen, denkt u ook niet?
Of misschien ook niet! Maar in ieder geval waren er twee dingen die maakten dat ik mijn gevoelens van schaamte en angst overwon. In de eerste plaats was dat de zekerheid dat ik een Vader in de hemel had die onvoorwaardelijk van me hield, wat ik ook gedaan had of nog zou doen, de Vader God waarover u aan Barry verteld hebt. Dat gaf me het vertrouwen om onder ogen te zien wat ik gedaan had, en het over te geven aan mijn nieuw ontdekte Vader.
Het tweede was dat ik een nieuwe vriend gevonden had, die vastbesloten was me te helpen bij dat waarvan ik overtuigd was dat ik het moest doen - Barnabas. Ik was niet zo´n goede vriend, maar hij wel. Hij vertelde Petrus en de anderen wat me op weg naar Damascus was overkomen. Zijn geloof dat ik iets te bieden had, opende voor mij de deuren bij hen.

Madge, luister nu goed naar me. De dingen die u bent kwijtgeraakt zouden wel eens dezelfde dingen kunnen zijn die u in de toekomst kunt gebruiken in de dienst van God. Ze zijn u afgenomen zonder dat u ze weggaf. Dat is waar, maar u kunt ze in zekere zin alsnog weggeven. U kunt de verantwoordelijkheid aanvaarden voor uw schuld en uw angst, erkennen wat ze in u teweeg brengen, toegeven dat ze niets meer zijn dan vuilnis dat u moet wegdoen en aan God geven. Lieve Madge, de mislukkingen die maken dat u wanhoopt en die maken dat u net zo op me inhakt als kleine Barry op z'n vriendje in de leeshoek, kunnen tot broden en vissen worden die, als ze in Jezus handen verbroken worden, de menigte kunnen voeden.
Dat bedoelde ik, toen ik aan de christelijke kerk in Rome schreef dat 'God alle dingen doet meewerken ten goede'. Ik bedoelde niet te suggereren dat alles gemakkelijk zou worden als we Jezus aanvaarden. Hoe zou ik dat aan de kerk in Rome kunnen schrijven, als er een goede kans bestond dat ze omwille van hun geloof voor de leeuwen van Nero gegooid zouden worden? Nee, ik bedoelde dat alles wat we meemaken door God gebruikt kan worden om ons te helpen meer op Christus te gaan lijken, zodat we uiteindelijk in vrede met onszelf kunnen leven.

Nog één laatste punt, Madge. Ik weet dat u geen echtgenoot meer hebt. Maar hebt u niet een goede vriend of vriendin die u kan helpen de vrede met uw familie te herstellen en zelf een nieuw leven op te bouwen - iemand tegenover wie u volstrekt eerlijk kunt zijn? De Heilige Geest kan heel goed door onze vrienden heen werken, als ze van ons en van Hem houden. Als u niet zo iemand hebt, zou u er God om kunnen bidden. Tenslotte gaf Hij mij Ananias en Barnabas, op een moment dat ik hen het meest nodig had maar het minst verdiende. En Hij gaf u aan die kleine Barry, dus dat zijn goede precedenten.

Moge de genade van de Heer Jezus Christus met uw geest zijn, Madge. Ik bid dat u gaat beseffen hoe diep en wijd de liefde van de Vader voor u is. O ja, dat is waar ook. Ik wil u nog iets meegeven om over na te denken. Wist u dat, totdat ik Onesimus zijn naam gaf, hij geen eigen roepnaam of status had? En wist u dat Onesimus 'voordelig' of 'nuttig' betekent? Ik gaf hem die naam voor hij terug ging naar zijn vroegere meester, als symbool van alles wat hij voor me betekend had terwijl ik in de gevangenis zat. U zegt dat u niet meer weet wie u bent, en ik weet dat de manier waarop u gedwongen was uw naam te veranderen u veel verdriet gedaan heeft, en gemaakt heeft dat u uw identiteit bent kwijtgeraakt. Maar ik verzeker u dat het er niet toe doet of u nu Potter of Gray heet, omdat uw naam geschreven is in het Boek des Levens. U bent Gods kind. Hoe zou u willen dat de Vader in de hemel u noemt?

Uw broer in Christus,

Paulus (voorheen bekend als Saulus!)

Heeft u een vraag over dit boek: Beste Paulus ... ben ik de enige? van B. Plass en T. Visser-Oosterling? Dan kunt u ons uw vraag sturen via het contactformulier of stuur een mail naar [email protected]

Wij zijn ook bereikbaar via Whatsapp! U kunt ons dus ook een appje sturen met uw vraag.


Extra productinformatie

Categorieën

CLC » Leeftijd » 6 tot 9 jaar
ISBN: 9789057870491
Uitgever: Merweboek
Product code: 9789057870491
Omslag/Materiaal: Paperback
Aantal pagina's: 144
Verschijningsdatum: 01-01-2002
Taal: Nederlands
Productsoort: Boek

Aanbevelingen en verdieping

De schrijfster heeft zich verdiept in de geschriften en het levensverhaal van Paulus in het Nieuwe Testament. Allerlei vragen die daaruit voortkwamen, heeft zij besproken met anderen. Velen ergeren zich aan Paulus. In dit boek laat zij vooral vrouwen brieven aan Paulus schrijven met vragen en beschuldigingen. Elke brief wordt door Paulus beantwoord. Zo is dit boek geen theologische inleiding in Paulus, maar wel een poging om met zijn visie op de betekenis van Jezus mensen te helpen in moeilijkheden als echtscheiding, schuld, identiteitscrisis, verlies en rouw. De schrijfster is, evenals haar echtgenoot, een bekende evangeliste.

Ph. Stoffels

Reacties en beoordelingen

Schrijf een beoordeling over dit product

Je moet ingelogd zijn om een product te beoordelen.

B. Plass

Er is nog geen beschrijving voor de auteur B. Plass. Heeft u een vraag over de auteur B. Plass? Dan kunt u ons uw vraag sturen via het contactformulier of stuur een mail naar [email protected]

Wij zijn ook bereikbaar via Whatsapp! U kunt ons dus ook een appje sturen met uw vraag.


T. Visser-Oosterling(Vertaler)

Er is nog geen beschrijving voor de vertaler T. Visser-Oosterling. Heeft u een vraag over de vertaler T. Visser-Oosterling? Dan kunt u ons uw vraag sturen via het contactformulier of stuur een mail naar [email protected]

Wij zijn ook bereikbaar via Whatsapp! U kunt ons dus ook een appje sturen met uw vraag.


Stof tot hoop
Stof tot hoopPaperback:  € 11,50
Zijn oogappel
Zijn oogappelPaperback:  € 10,50